icon_kws

De Vereniging

Naar de KWS Verenigingsite

iconSneekweek

83e Sneekweek

Schrijf je hier in!

Denken en doen

Denken en doen

Peter van der Meeren | Leeuwarder Courant

 

Twee broers, twee zeilers. Rob en Peter Aukema hebben echter één ding gemeen: ze zijn in staat de Sneekweek te winnen. ,,Je bent voortdurend in gesprek met jezelf.’’

 

Geen slingers aan boord op de zonovergoten openingsdag van de 83ste Sneekweek. Het had gekund, want Rob Aukema viert zijn 53ste verjaardag. Maar geen poespas, dat is de aard van deze Olympiajol-stuurman, die vier jaar geleden de Nederlandse titel veroverde.

 

Peter Aukema is twee jaar jonger. Als hij zaterdag jarig was geweest, zou er een extra lintje hebben kunnen wapperen aan zijn Finnjol. Dat is de aard van dit Sneker beestje. ,,Peter vindt een beetje in de schijnwerpers varen wel leuk’’, weet Rob over zijn broer, die met trots mag wijzen op drie Sneekweek-wandborden.

 

Dat zijn er twee meer dan vader Theo. Die voer liever op zee, maar koestert de hoofdprijs die hij op zijn thuiswater veroverde in de Top. Dat is inmiddels 53 jaar geleden, dus Theo Aukema won op het Sneekermeer zo ongeveer in de week dat zoon Rob ter wereld kwam.

 

Hij kreeg het zeilvirus echt vanaf zijn geboorte mee. ,,Altijd ‘prutsen’ aan de boot’’, herinnert Peter zich. ,,Ik was een echte bootjesgek’’, zegt Rob. ,,Ik kreeg een Flits en van opwinding kon ik drie weken niet slapen.’’ Peter: ,,We waren volgens mij geen echte zeiltalenten, zeker ík niet. Maar op een gegeven moment is toch het kwartje wel gevallen.’’

 

De broers begonnen samen in de Flits. ,,Dat ging heel leuk’’, zeggen ze, ,,maar we kwamen beiden toch wel snel tot de conclusie dat we alleen in een boot het beste tot ons recht kwamen.’’ Peter stapte in de Laser en verpandde daarna zijn hart aan de Finn. Rob ontdekte het windsurfen – voer drie keer de Elfstedentocht – en werd een gewaardeerd bemanningslid in de Regenboog. ,,Dat waren nog eens drukke Sneekweek-dagen’’, zegt hij. ,,Eerst surfen, dan in de ‘boog’ en na een hap eten ook nog eens de teamwedstrijden.’’

 

Peter Aukema in zijn Finnjol waarmee hij aan de leiding gaat

 

Een heel verschil met vandaag de dag. Peter Aukema start klokslag tien uur ’s ochtends (de Finn is de eerste klasse die wordt weggeschoten) en vijf minuten later wordt het vijftig boten tellende veld van O-jollen op pad gestuurd. ,,Ik kijk altijd even hoe Peter start’’, zegt Rob. ,,Natuurlijk om te zien hoe je broer het doet, maar ook om te zien wat de wind doet.’’ Peter: ,,Onderweg heb je het druk met met jezelf, maar als de mogelijkheid zich even voordoet, kijk ik rond om te zien hoe Rob erbij ligt.’’

 

Ze zijn echte solisten. ,,Typisch zeilers die niet willen overleggen over elke slag, maar het liefst zelf willen beslissen’’, zegt Rob Aukema. ,,Je ziet dat meer bij ons in de klassen. Mannen die ook in het dagelijkse leven graag aan het roer staan.’’ Hij is doordeweek in Roemenië directeur van een Duits bedrijf. ,,Zeker in het zeilseizoen zorg ik dat ik op vrijdag terug ben. Vroeger probeerde ik zelfs op donderdag al terug te zijn, want dan kon ik de clubtraining nog meepikken.’’

 

Peter Aukema is commercieel directeur bij Snijtech in Joure. Hij kan zich vinden in de woorden van zijn broer. ,,En als solist heb je ook niet het probleem dat je altijd een bemanningslid moet zien te vinden’’, stelt hij nuchter vast. ,,Daarom zie je klassen als de O-jol, de Twaalfvoetsjol, de Solo en de OK-jol groeien. Ik snap eerlijk gezegd niet waarom er zóveel klassen voor solisten moeten zijn, maar ik begrijp wel waaróm mannen alleen willen varen.’’ Lachend: ,,En ook mannen die de veertig voorbij zijn. Het WK masters trekt zomaar 350 boten. Natuurlijk vinden ze zeilen geweldig mooi, ik ook absoluut, maar een drijfveer voor mij is toch ook dat het je fit houdt en ‘in model’. Ik wil me niet ergeren als ik voor de spiegel sta.’’

 

Waarom vaart hij in de Finn (deze boot is ontworpen voor de Olympische Spelen van 1952 in Helsinki, Finland) en zijn broer in de Olympiajol, die is ontworpen voor de Spelen van 1936? Rob: ,,De Finn is toch meer voor de stoere, sterke mannen. Peter hoort daarbij, hij wil echt fysiek bezig zijn. Een ‘doener’.’’ Peter: ,,Je haalt uit de Finn wat je erin stopt. Werken loont, in deze boot kom je er niet alleen met netjes varen. In de O-jol komt het meer op zeilen aan. Dat past bij Rob. Hij is de ‘denker’. In de O-jol moet je technisch en tactisch goed kunnen zeilen.’’

 

De jongste Aukema zeilt op nationaal niveau mee in de top. In het landelijke klassement staat hij momenteel tweede. De kampioenswimpel veroveren, zoals Rob in 2014 presteerde, wordt echter een hele klus, ,,want het niveau is zeer hoog. Maar wat mooi is: ik vind dat ik nog steeds beter word.’’

 

,,Dat is genieten, werkelijk waar. De progressie vloeit ook voort uit het feit je meer ervaring krijgt én omdat je door de jaren heen rustiger wordt. Vroeger kon ik bij wijze van spreken alles bijelkaar schreeuwen als er iets niet naar m’n zin ging. Nu denk ik even na.’’ Rob: ,,Hij is mentaal volwassener geworden. Je moet ook vooral met jezelf bezig zijn.’’ Peter: ,,Maar je moet tegelijkertijd voorkomen dat je te lang gaat nadenken, want je moet op intuïtie varen. Kuist niet denken, maar doen.’’  

 

,,Dat is ook het leuke van alleen varen’’, zegt Rob. ,,Je kunt je eigen gevoel volgen.’’ Peter: ,,Rob kan zich geweldig focussen en heeft het denken wat meer losgelaten. Dat is goed. Het gevoel moet doorslaggevend zijn.’’ Rob: ,,En als het een keer niet gaat, kun je alleen jezelf maar iets verwijten.’’ Peter: ,,Het blijft soms een onbegrijpelijke sport. Waarom wil het de ene dag goed en de andere dag ineens niet? Wat dat betreft ben je voortdurend in gesprek met jezelf. Maar ik neem het niet meer mee de wal op, ik heb afgeleerd om erin te blijven hangen. De scherpe kantjes zijn er wel af.’’ Rob: ,,Ach, winnen is mooi, maar de volgende dag gaat het allemaal weer verder. Ik word liever tweede na een wedstrijd waarvan ik het gevoel heb dat ik mooi heb gevaren, dan dat ik win na een race waar van alles aan mankeerde. Dat geldt zeker voor een evenement als de Sneekweek. Als je na afloop bijelkaar staat en er wordt gezegd: wat hebben we mooi gezeild, dan geeft me dat veel voldoening.’’